Je hebt van die wateren die je achtervolgen. Altijd en overal. Waar je ook vist, wat je ook vangt, dat ene specifieke water laat haar stem altijd klinken. Ik heb ook zo’n water. Ze trekt aan me, ze roept me en ze laat me nooit met rust. Met enige regelmaat geef ik toe aan haar smeekbede om er de lijnen nat te maken.
Het water valt onder de noemer bikkelhard. Om in Tour de France bewoordingen te spreken: hors catégorie. Niets vangen is normaal en een aanbeet is heel bijzonder, bijna uniek zelfs. Knokige schubs, geblokte leders en bonkige spiegels zwaaien er met de scepter. Niet dat de vissen heel erg groot zijn trouwens. Dertigponders zwemmen er wel, maar zijn dungezaaid. De moeilijkheidsgraad in combinatie met de variëteit aan karpers heeft me volledig in haar macht. Tel daarbij op de uitgestrektheid, de mysterieuze sfeer en de onbekendheid en het recept voor een ‘haunting water’ is gereed.
Timing is er belangrijk, want klakkeloos neerploffen maakt je bij voorbaat kansloos. Niet dat ik altijd goed gok, want de afgelopen twee sessies blankte ik ook. In de afgelopen dagen waren de omstandigheden echter goed en waag ik mij er opnieuw aan. Wellicht kan een kort nachtje een van de weergaloze pronkjuwelen opleveren. Pas na negenen rijd ik richting de waterkant. Onderweg zoek ik naar de muziek die bij mijn gemoedstoestand past, maar de cd met Gregoriaans gezang zit niet in het hoesje. Enigma komt er het dichtste in de buurt.
Als ik een klein uurtje later aan het water sta, is het al schemerig. De dagen krimpen alweer en de herfstachtige omstandigheden maken het er ook niet lichter op. Routinematig druk ik de banksticks in de kleigrond. Hoe vaak zal ik dat al hebben gedaan in mijn leven? Hoppa, boilie d’r aan, stukkie lood in de clip en dan krijgt de linkerhengel een zwieper richting de overkant. Grote keiharde boilies vinden hun weg richting het water en hopelijk maken ze het schaaldieren en ongewenste vissoorten behoorlijk moeilijk. Mijn rechterhengel laat ik strak achter het talud zakken en krijgt dezelfde hoeveelheid harde knikkers mee. Same procedure as last time.
Langzaam sleept de avond zich richting de nacht en ik dood de tijd met Marlboro’s en Licor Cuarenta Y Tres. Op de thermometer lees ik 11,5 graden af. Brrr! Het lijkt wel najaar. Nog een ‘43’ moet mijn lichaam een kleine warmteboost geven. Ver na middernacht plof ik op mijn bedchair en filosoferend vertrek ik naar dromenland. Verdomme, wat is het vissen hier spannend!
Strompelend beweeg ik mij voort in de inktzwarte nacht. Onder mijn linkerarm zit een schepnet geklemd en in mijn andere hand kromt zich een stuk carbon. Oh yeah baby! Roeltje heeft er een karper aan! Komt u maar! Als een alfa-aap op de rots, zo sta ik op de dijk. Wie doet mij wat? Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dril ik de vis af. Uiterlijk onbewogen, maar innerlijk sta ik te springen. Hier is een aanbeet goud waard en dat besef ik mij terdege. Grote opluchting is mijn deel als de schub wordt omsloten door het landingsnet. Bijna roep ik “Come on!” Teveel karper dvd’s kijken beïnvloedt je; of je het wilt of niet. Ik houd het toch maar bij een bescheiden zucht van opluchting.
Na het onthaken bewonder ik het dier nog even in het klinische schijnsel van LED-licht en dan glijdt de vis het kanaal weer in. Dankbare gevoelens overmeesteren mij. Dit zijn de momenten waarvoor ik vis. Bij het monteren van een verse boilie merk ik dat mijn handen trillen. Alfa-aap Roelof geeft de likeur de schuld, maar ik weet wel beter. Het zijn trillingen van emotie, opwinding en ontlading. Ik ben gewoon zo blij als een kind. En dat mag rustig, ook als je bijna vijfenveertig jaar oud bent.
Plonsend lood verraadt de inworp en een salvo boilies maakt het scala aan geluiden compleet. Door de koude wind is het onaangenaam toeven en mijn nog warme slaapzak is bijna net zo welkom als de karper van zopas. In het aardedonker licht de fluorescerende wijzerplaat van mijn horloge op. Het is bijna drie uur, dus de betere uren volgen nog. Dit is namelijk zo’n stek die het beste loopt in de vroege ochtenduren. Nog een karper zou fantastisch zijn, want dat is mij hier nog nooit overkomen. Toch voel ik aan mijn water dat dit wel eens de nacht van de witte raaf zou kunnen worden.
Om kwart over zes storm ik mijn nachtverblijf uit. Hoepelrond staat de hengel en rond draait de molenspoel. Whoehaha! Nog een aanbeet jonguh! Tralalala! Gorilla Roelof staat weer op de dijk. Vooralsnog is er niets aan het handje. Ik heb de vis onder controle en met regelmatige tussenpozen pomp ik de karper met beleid mijn kant op. Mijn grijns is gezichtsbreed en volledig vertrouwend op mijn ervaring begin ik aan het eindspel. Het zingende geluid van de strakke lijn is muziek in mijn oren ik meen zelfs Gregoriaans gezang te destilleren. Dan, zonder aankondiging, stoppen de monniken met zingen. Los…
Daar sta ik dan. Watskeburt? Nu steekt mijn borst niet zover meer naar voren. Nu buigt mijn hoofd diep en roep ik om mijn moeder. Van alfa-aap tot zuigeling in een knip van de vingers. Waarom nu? Waarom hier? Waarom? Zwaar teleurgesteld sjok ik naar mijn auto en met een ongelofelijk zwaarmoedig gevoel begin ik met opruimen. Het is goed zo. Laat maar. Nu even niet meer. Volgende keer…
Roelof Schut

