Uur in de auto, even voeren, uur terug. Soms maak je keuzes die verstandelijk gezien nergens op slaan. Gevoelsmatig snijden ze echter hout, en niet zo’n beetje ook. Vanavond stond ik aan de oevers van een kanaal waar ik negentien jaar geleden voor de eerste keer viste en twee jaar geleden voor de laatste keer. Sindsdien heb ik er veel voetstappen liggen, veel boilies gevoerd en na vallen en opstaan redelijk wat karpers gevangen. De band met dit water is zo sterk dat ik er nu weer even moet vissen. De tank vol diesel, de kofferbak vol boilies en de kop vol karpers. Gaan met die banaan!
Op het betreffende kanaal zwemmen oude monumenten; een natuurlijk bestand aan schubs die niet per definitie groot zijn, maar wel karakter hebben. Het is een harde visserij, want het karperbestand is dun, ondanks dat ik er aan het einde van de vorige eeuw enkele teiltjes spiegelkarpers mocht uitzetten. Omdat het er zo heerlijk rustig en weids is, lijkt het vangen soms bijzaak (met de nadruk op lijkt, want ik haal wel het onderste uit de kan). Gelukkig heb ik enkele vierkante meters bodem leren kennen waar bijna altijd wel een karper is te vangen.
Wat was het fijn om na enkele jaren weer aan ‘oude’ visgronden te staan. Het mysterie straalt eraf omdat niet bekend is wat er precies rondzwemt. Vele tientallen kilometers boezemkanaal houden de waarheid in een stevige houdgreep; alsof de natuur sommige geheimen simpelweg niet mag prijsgeven. Hier spelen hogere machten een rol en daaraan valt niet te tornen. Gevist wordt er niet – op een tijdelijke gelukszoeker na – en dat heb ik graag. Voor de rest van mijn leven mag dit water haar huidige karakter behouden. Hier kan ik mezelf terugtrekken uit de maatschappij en vind ik gemoedsrust.
Het voer doet haar werk dus binnenkort lig ik er weer. Yeah!
Roelof Schut


