Door je te focussen op mogelijkheden en minder op oplossingen kun je veel complexe situaties vereenvoudigen. Dit resulteert vaak in een aanpak in mijn visserij die door menig karpervisser als ‘erg lomp’ en ‘te eenvoudig’ wordt ervaren en soms zelfs als ongeloofwaardig. Alsof je per definitie een moeilijk te begrijpen verhaal over rigs of aas moet houden om je geloofwaardigheid te borgen. Een goed resultaat dat bereikt is met een lompe benadering heeft blijkbaar minder ‘status’ dan een goed resultaat dat wordt ondersteund door een ingewikkelde quasi-academische verklaring. Het zal mij een zorg zijn. Ik trek mijn eigen plan en laat de beetmelders af en toe schreeuwen. Meer hoeft het niet te zijn. Bewust lomp en eenvoudig vissen is voor mij het teken dat de situatie zeer goed is geanalyseerd en bestudeerd. Waarom moeilijk doen als het gemakkelijk(er) kan? Dat is een cliché maar juist daarom spreekt het mij zo aan. Pas als het echt nodig is dan trek ik de technische trukendoos open.
De tijd dat je op elk water kunt volstaan met enkele dagen voorvoeren om je karpers te vangen is voorbij. Veel wateren hebben een goed bestand aan karper maar door de jarenlange hengel- en voerdruk zijn de karpers moeilijk vangbaar, zo niet zeer moeilijk vangbaar geworden. Naast het bepalen van een goede strategie en tactiek moet ik in een dergelijke situatie ook technische aanpassingen doen. Technische aanpassingen kunnen betrekking hebben op veel facetten van het vissen. Je kunt denken aan het vissen met slappe lijnen, loodmontages die na het prikken van de haak loskomen van de onderlijn of camouflage van de gehele montage. Ik beperk me deze keer tot de/een rigkeuze.
Mijn versie van de rig met de hair aan het schuivende ringetje.
De onder water dvd’s die de afgelopen jaren zijn verschenen kwamen hard aan. Op een pijnlijke manier werd duidelijk dat karpers grotere meesters zijn in het herkennen van gevaarlijke situaties dan we hadden durven denken. Ach, we wisten wel van de schuwheid als we aan de oppervlakte aan het vissen waren maar onder water zou het toch wel meevallen. Niet dus. We moeten ons echter niet blind staren op de onder water dvd’s. Ze geven veel inzicht maar vooral ook over de situatie waarin gefilmd is. Ik kan niet voor anderen spreken maar de situatie waarin ik vis is vaak substantieel anders dan de omstandigheden die ik zie op de dvd’s. Dit heeft vooral te maken met het gebruikte aas, de wijze waarop dit aas tijdens het vissen wordt ingezet en de wijze waarop wordt voorgevoerd. Hierbij blijft het een gegeven – en dat is zo en zal altijd zo blijven – dat des te vaker een karper zonder gevaar met een aassoort wordt geconfronteerd, des te meer vertrouwen de karper in dit aas zal krijgen.
Op wateren met voorzichtige karpers kies ik regelmatig voor de Sliding Ring Rig (verder SRR). De originele gedachte achter deze rig is dat als het haakaas wordt uitgespuwd, de haak in de karperbek achterblijft vanwege het ringetje op de haaksteel. Er zijn zelfs versies die veronderstellen dat de haak penetreert vanwege het uitspuwen van de boilie. Vandaar dat deze rig ook wel de Blow Back Rig of Blow Out Rig wordt genoemd. Het zijn in mijn optiek kulverhalen die vreemd genoeg nog steeds de ronde doen. De naam Sliding Ring Rig dekt wat dat betreft de lading beter.
Een goede strategie en zeer goed aas legden de basis. Daarna was het een ‘inkoppertje’ voor de Sliding Ring Rig.
Om de werking van een rig – de ‘rig mechanics’ – te begrijpen moet je de onderlijn ontleden. Van elk onderdeeltje moet worden geanalyseerd wat hiervan het nut en de werking is. Het effect van het haakaas op de werking is van nog groter belang. In veel gevallen kom je niet verder dan een theoretische benadering. Hierin schuilt het gevaar dat je in deze theoretische benadering blijft hangen en zo al snel, maar regelmatig onterecht, een sluier van feitelijkheid krijgt voorgehangen. Natuurlijk is mijn benadering ook gestoeld op aannames en theorie, hier begint alles namelijk mee. En een beetje boerenverstand kan handig zijn. Wat ik echter altijd doe is mijn rigs in de praktijk testen. En dan heb ik het ook echt over testen (hoeveel losschieters denk je dat ik dan krijg en hoeveel karpers zal ik niet haken?). Bij het testen kun je niet over één nacht ijs gaan en zul je hard door moeten vissen – regelmatig tegen je vertrouwen in. Des te vaker dat het mis gaat, des te meer zegt het. Dat geldt natuurlijk ook voor die keren dat het wel goed gaat. Na het uitvoerig testen kom je soms niet eens tot nieuwe conclusies maar dan heb je de praktijkervaring wel aan je zijde. Soms kom je tijdens of na het testen tot een bepaalde uitvoering van een onderlijn die op dat moment goed functioneert. Maar geldt dat ook voor al die andere situaties waarin je vist? Mijn analyses zijn dus echt niet waterdicht. Antwoorden op bepaalde vragen kan ik niet exact inschatten.
Bijvoorbeeld vragen als:
- Hoe sterk zijn de waterwervelingen in de karperbek tijdens het azen dan wel hoe sterk kunnen die wervelingen zijn?
- In hoeverre beïnvloeden de wervelingen de positionering van het haakaas op een negatieve manier en wat is daarbij het optimale gewicht – dan wel grootte en vorm – van het haakaas om dat effect te minimaliseren?
- Wat is de optimale opwaartse druk van het haakaas binnen mijn benadering van rigs?
Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het scala aan vragen is eindeloos groot en je kunt net zo diep in de materie duiken als je wilt. Dit betekent dat er altijd vragen zullen blijven waarop geen sluitend antwoord kan worden gegeven. Zelfs aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is vaak al te hoog gegrepen. Gelukkig gaat het ook om vertrouwen in datgene wat je doet of gebruikt.
Met de SRR heb ik hetzelfde ontwikkelingsproces doorlopen. Ervaringen en visies van andere gebruikers van deze rig werden toegevoegd aan mijn theoretische verklaringen en hiermee ging ik de praktijk in. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een uitvoering van deze onderlijn die mijn grote vertrouwen heeft. Mijn uitvoering gebruik ik in situaties met schuwe karpers. Let wel, dat is dan de situatie die geldt voor mijn visserij op het betreffende water, in het kader van mijn visie en aanpak, in relatie tot de aanpak van andere vissers en in functie van de heersende hengeldruk. Okay, schuwe karpers dus.
Het ringetje kan over de haaksteel glijden en geeft extra flexibiliteit. Hierdoor durf ik de hair aanzienlijk in te korten.
Een SRR geeft de mogelijkheid om met een kortere hair te vissen dan bij een effectief inhakende standaard rig. Het ringetje dat over de steel van de haak glijdt geeft een stuk extra flexibiliteit aan de hair. Vervolgens geeft dit de mogelijkheid om met een korte(re) onderlijn te vissen en dat is belangrijk in situaties met schuw azende karpers. Filmscènes van onder water dvd’s en eigen observaties van azende karpers op onder andere een zeer zwaar bevist circuitwater laten hier geen misverstand over bestaan. Soms komen de vissen er aangezwommen en pakken (lees zuigen) ze het haakaas tijdens het zwemmen op (als ze het al oppakken). Dit gaat soms zo snel – inclusief het uitspuwen – dat je er niet op kunt reageren. Bij een lange onderlijn met een lange hair ben je bij dergelijk aasgedrag volstrekt kansloos. Maar ook bij de SRR gelden er voorwaarden voor het vissen met een korte(re) hair. Ten eerste heeft de afmeting van het haakaas wel degelijk invloed op de inhaking van de SRR. Ook bij deze rig is het van belang dat de grootte van het haakaas wordt aangepast aan de haakmaat. Ondanks het schuivende rig ringetje mag de hair niet te kort zijn. Bij een standaard rig hanteer ik de formule dat de afstand tussen de haak en het haakaas minimaal net zo groot moet zijn als de diameter van het aas. Bij een ‘in balans zijnde’ SRR – zeg maar de versie zoals ik beschrijf – kun je toe met aanzienlijk minder ruimte tussen haak en haakaas. Uiteraard is deze afstand altijd afhankelijk van de haakmaat, het haakmodel en de afmetingen van het haakaas.
De afstand tussen de haakbocht en de boilie is afhankelijk van diverse factoren.
Wat van wezenlijk belang is voor een constante (!) goede werking van de SRR is dat het haakaas genoeg opwaartse druk heeft. Het haakaas mag echter niet drijven zoals een pop-up. Een pop-up die behoorlijk is overgelood op de hair of een fier rechtop staande snowman werken het beste omdat deze de kleinste kans hebben om te gaan zweven en wervelen als ze opgezogen worden. Kritsch uitgebalanceerd en langzaam zinkend haakaas vind ik minder goed werken. Het is wel belangrijk dat het haakaas onder water rechtop staat. Hierdoor verlaat de hair het haakaas in het midden van de onderkant. Deze zaken hebben meerdere voordelen.
De belangrijkste hiervan zijn:
- Het haakaas heeft weinig effect op de positie van de haak in de karperbek omdat het haakaas niet gaat rollen zoals een zinkende boilie of een wafter. Een gewone boilie/wafter kan dan aan de hair ‘trekken’ en de haak letterlijk uit positie tillen;
- De haak ligt plat op de bodem en (hopelijk) in de karperbek. Hierdoor is de haak het gemakkelijkste te ‘sturen’ als het op inhaking aankomt;
- Het haakaas zal gemiddeld genomen iets dichter bij de haak liggen dan zinkend haakaas. Bij schuwe, zeer snel azende vissen is de kans dan iets groter dat de haak op een goede manier naar binnen wordt gezogen.
Een pop-up die behoorlijk is overgelood op de hair werkt ook goed.
Het bovenstaande moet worden gezien in het licht van de SRR met een relatief korte hair (zie enkele alinea’s geleden). Met een beetje pech kunnen standaard geviste boilies en wafters een goede inhaking belemmeren. Omdat ze in de karperbek gaan rollen of wervelen hebben ze een grote invloed op de positionering van de haak. Het gevolg kan een slechte(re) inhaking zijn of zelfs het uitblijven daarvan. Het enige wat hieraan is te doen is het aanzienlijk verlengen van de hair. Maar dat is nou net niet de bedoeling van de SSR. Overigens is de hair van mijn SSR al lang voor de begrippen van veel karpervissers.
Een enkele boilie of wafter kan gaan rollen en daardoor de haak optillen en afschermen. Een slecht of niet gehaakte karper kan het gevolg zijn. Met de nadruk op ‘kan’. Want het is geen wetmatigheid.
Er zijn karpervissers die bij de SRR de voorkeur geven aan een kritisch uitgebalanceerde pop-up die zeer langzaam zinkt op het gewicht van de haak. De haak zal hierdoor met de haakpunt agressief naar beneden gericht in de karperbek liggen als het haakaas is opgezogen. Ik houd bij deze rig niet van een kritisch uitgebalanceerde presentatie omdat deze vanwege de ‘gewichtsloosheid’ gemakkelijk kan gaan zweven. Hierdoor is de inhaking van de haak minder goed te sturen. Bovendien denk ik dat er vaak karpers aan deze rig worden gevangen terwijl de pop-up helemaal niet meer kritisch is uitgebalanceerd omdat deze water heeft opgenomen. En dan komt de rig weer min of meer overeen met de wijze waarop ik de SRR inzet. Overigens wijst mijn praktijk uit dat de inhaking het slechtste is als ik de SRR combineer met een pop-up die op de bodem wordt gehouden door een contragewicht op de onderlijn (standaard pop-up presentatie). Dat vind ik het nadeel van alle echte pop-up presentaties. De inhaking is wederom moeilijk(er) te sturen omdat de haak ergens tussen boilie en onderlip zweeft en maar al te vaak kun je de inhaking overal verwachten (dus ook geen inhaking). Dit impliceert niet dat een standaard pop-up presentatie geen goede keuze is. Er zijn situaties waarin een pop-up de enige wijze is om beet te krijgen. En het vangen van een slecht(er) gehaakte karper is nog altijd beter dan niets vangen.
Bovenaanzicht. Omdat de snowman ‘recht omhoog’ staat en de hair deze in het midden van de onderkant verlaat, ligt het haakaas dicht(er) bij de haak. Dat is een voordeel bij schuwe maar wel snel azende karpers.
In normale omstandigheden waarin ik niet zwaar hoef te drillen kies ik meestal voor de subtiele JRC Connect 2 haak. Deze haak is vlijmscherp en heeft een zeer goed indringend en houdend vermogen. Deze haak brengt ‘werkt’ nauwelijks tijdens de dril en beschadigt de karperbek daarom minimaal. In principe kan de SRR met elk haakmodel worden gecombineerd (of elk haakmodel goed, snel of verantwoord inhaakt is een andere vraag waarbij de omstandigheden ook bepalend zijn voor de haakkeuze). Met karperhaken is het als met aas: vertrouwen is de belangrijkste eigenschap. Het onderlijnmateriaal is Cocoon Braid waarvan ik de kleur kies die het minste opvalt op de bodem. De kern van Cocoon Braid is niet te dicht gevlochten waardoor het soepeler en zachter is dan veel ander onderlijnmateriaal. Ik vind dat een voordeeltje als het op het detecteren van de onderlijn en het inhaken van de haak aankomt. Het zijn kleine details die het verschil kunnen maken. Ik verwijder van ongeveer de helft van de rig de coating, zodat de inhaking optimaal kan plaatsvinden. Een klein stukje krimpkous verbetert het indraaien van de haak. Het is van belang dat het krimpkous niet te grof is. Subtiliteit is belangrijk.
De lengte van mijn SRR is afhankelijk van de omstandigheden. Des te schuwer de vis, des te korter de rig. Bij mij varieert dat van ongeveer 6 tot 14 centimeter. Bij 6 centimeter heb ik te maken met zeer schuwe karpers, bij 14 centimeter zijn de karpers redelijk voorzichtig. Denk niet dat je met 6 centimeter altijd goed wegkomt. Als de vis met iets meer vertrouwen aast dan ga je met zo’n hele korte onderlijn vroeg of laat de mist in omdat de karper niet goed of helemaal niet wordt gehaakt. Aan de andere kant vind ik een rig van 14 centimeter bij zeer schuw azende karpers veel te lang. In dat geval heeft de karper genoeg tijd om te ontdekken dat er iets niet klopt en wordt het hele zwikje snel uitgespuwd voordat de onderlijn zicht strekt en de haak zich zet. Enige ervaring met het karpergedrag ter plaatse zal zeker in je voordeel spreken want ook hier geldt dat elk situatie anders is. Langer dan 14 centimeter is mijn SRR nooit. Ik kies dan voor een andere rig.
Een pop-up gewichtje op de onderlijn heeft niet altijd meerwaarde (op het plat tegen de bodem houden van de onderlijn na). Een nadeel heeft het gewichtje nooit.
Een pop-up gewichtje dat halverwege op de onderlijn is bevestigd kan meehelpen om de haak in prikpositie te manoeuvreren als de karper het haakaas naar binnen heeft gezogen en de onderlijn niet gelijk strak zwemt. Het gewicht werkt als een contragewicht en trekt de haak voorzichtig naar de onderlip. Mocht de karper dan opeens onraad merken en met de kop gaan schudden of toch gaan zwemmen dan is er een grotere kans op inhaking omdat de haak dan al op de gewenste plek in de karperbek ligt (Oei, hiermee begeef ik me wel op glad ijs. Maar goed, een beetje opportunisme moet kunnen). Overigens heb ik het idee dat dit gewichtje lang niet altijd meerwaarde heeft voor wat betreft de inhaking. Aan de andere kant heb ik ook de overtuiging dat het gewichtje nooit een nadeel is. Het gewichtje zorgt er wel voor dat de onderlijn plat op de bodem ligt. Al is het gewichtje in slechts één procent van de aanbeten een voordeel, dat is voor mij genoeg. Voor de targetvissers onder ons: dat kan net die ene vis zijn.
De vorenstaande alinea’s zijn doorspekt met theorie maar wel gebaseerd op waarnemingen en praktijkresultaten. Het vergt nogal wat doorzettingsvermogen om flink door te vissen met een onderlijn waar je minder vertrouwen in hebt. Maar het is wel de enige manier om degelijk beargumenteerde uitspraken te doen over een onderlijn. Geloof me maar dat ik zaken tegen elkaar heb uitgevist, ook al wist ik van tevoren eigenlijk al dat de kans op een losschieter groter zou zijn. Ik kan je vertellen dat die losschieters nooit prettig waren, ook al waren ze een bevestiging van mijn ideeën en dus een logisch gevolg. Investeren in je visserij kan op verschillende manieren en soms doet dat pijn.
Veel materiaal heb je niet nodig voor het maken van de Sliding Ring Rig.
Vragen, vragen, vragen… Maakt mijn geneuzel over die details echt wat uit? Hoe groot is de kans werkelijk dat een rollende wafter uiteindelijk een goede inhaking belemmert? Hoeveel procent verschil in inhakingskwaliteit zit er feitelijk tussen een standaard pop-up presentatie en de wijze waarop ik een pop-up inzet? Brengt mijn interpretatie van de brij aan variabelen aan het einde van de rit echt extra karpers op de kant? Uiteindelijk wel denk ik. Het gaat mij om het minimaliseren van de kans op fouten (of beter gezegd: foutjes). Elk detail, hoe klein ook, heeft hier zijn aandeel in. Een kleine kans is ook een kans namelijk. Het afwegen van mogelijkheden en het beredeneren van kansen heeft iets weg van een schaakspel. Des te meer stappen je vooruit wilt denken, des te meer opties moet je afwegen. Dan kan een klein detail in de beginfase grote gevolgen hebben voor het eindresultaat. Ik sluit niets uit en praat bewust over kleine verschillen in de grootte van kansen en niet over zekerheden. Bovendien heb ik al genoeg karpers aan de SRR gevangen waarbij er gewoon een zinkende boilie op de hair gemonteerd was (om maar een voorbeeld te noemen dat het maken van conclusies niet gemakkelijker maakte). Het is vaak een dunne lijn waarmee een goed resultaat en beter resultaat zijn verbonden. Daarom streef ik er naar om zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op mijn visserij. Details maken dan het verschil. Uiteindelijk heb je het bij optimaliseren over een half procentje winst hier en een half procentje winst daar (en soms nog niet eens). Al die halve procentjes bij elkaar opgeteld zijn dan weer van substantiële waarde. En dat zijn die extra karpers die je in een seizoen kunt vangen. Ik haalde de percentages al eerder aan. De SRR is niet zaligmakend, dat zou te gemakkelijk zijn. Ik gebruik ook enkele andere rigs waarin ik onder bepaalde omstandigheden meer vertrouwen heb. Het lijkt me echter geen toeval dat de SRR zo populair is bij enkele succesvolle karpervissers.
Roelof Schut










