Eind april zijn we voor een kort bezoek op de Lofoten beland. Het doel was om nog op de valreep een forse Skrei, een kabeljauw die vanuit de Barentszzee hier naar toe komt om te paaien, te vangen. De beschikbare vistijd was slechts twee keer vijf uur.
Tja, en dan merk je dat je te laat bent. Het merendeel van de vissen is alweer vertrokken. De exemplaren die nog rondzwemmen in de Vestfjord zijn afgepaaid. Maar, geen nood! Vis genoeg. Er zwemmen voldoende mooie kabeljauwen onder de dikke scholen koolvis die hoog boven de bodem zwermen.
Onze gids brengt ons binnen 15 minuten op een bult die uit de zeebodem rijst en waarvan de top op 25 meter diepte ligt. De dieptemeter laat langs de langzaam oplopende helling van 55 meter omhoog grote dichte scholen vis zien. Koolvis. De dieptemeter verraadt een aantal vissen boven de bodem. ‘ De pilkers van 250 gram schieten de diepte in. Op de dieptemeter zijn ze te volgen, door de school koolvis heen. We raken de bodem, draaien drie slagen op en BAM! Simultaan staan we de eerste vissen van deze trip te drillen. Benieuwd naar de maat drillen we de kabeljauwen naar de oppervlakte. Nog geen half uur op het water en vissen van 12 en 14 kilogram komen met een kieuwgreep over de reling.
Dit scenario herhaalt zich keer op keer! Honderden kilogrammen prachtige kabeljauw weten we in een paar uurtjes tijd boven water te halen. Waarbij diverse exemplaren boven de 15 kilogram.
De kustkabeljauw zoals deze kabeljauw door de gids wordt genoemd is aanzienlijk lichter van kleur dan de skrei die er wat ruiger uitziet met een donkere kleur. Het gewicht van de zwaarste skrei die wij aan de haak sloegen ging richting de 20 kilo. Afgepaaid en wel.
Materiaal
Vooropgesteld, iedereen kan met elk soort materiaal en met een goede gids vis vangen op de Lofoten. Het verschil tussen vangen en goed vangen zit ‘m echter in het juiste materiaal.
In ons arsenaal zitten drie verschillende set ups:
- Hengel PENN TRQ Jigging Series 200 – 400 gram, PENN Atlantis 8000 molen, opgespoeld met 20 honderdste PENN International braid, 21,10 kg trekkracht.
- Hengel PENN TRQ Popping 80 – 160 gram, PENN Atlantis 7000 molen, opgespoeld met 17 honderdste PENN International braid, 19,2 kg trekkracht.
- Hengel PENN TRQ 20 – 30 lb braid, PENN TRQ 100 LD International Reel, opgespoeld met 25 honderdste Spiderwire Stealth code red, 23 kg trekkracht.
De jigginghengel is een genot om mee te pilkeren. 1,75 meter lang, licht, robuust, goeie actie in de top en krachtig genoeg om een pilker van 500 gram te vissen. Door het lage eigen gewicht is het pilkeren aanzienlijk minder vermoeiend dan met traditionele hengels. Deze hengels hebben we eerder gebruikt in Kenia voor het speedjiggen op 200 meter diepte en vissen met een gemiddeld gewicht van 25 kilogram. Neem gerust aan dat deze tropische vissen aanzienlijk meer vergen van een hengel en molen dan een kabeljauw met een vergelijkbaar gewicht.
Mijn conclusie is dat de combinatie Jigging Series en Atlantis molen perfect is om te pilkeren/jiggen. Ook met gewichten minder dan 200 gram behoudt de hengel zijn actie.
De popping hengel is met een lengte van 2.70 en zijn iets zachtere actie een perfecte hengel om shads tot een gewicht van 200 gram te vissen. Zwaarder kan wel, maar dat gaat dan wel enigszins ten koste van de actie. Met een Atlantis 7000 blijft het gewicht van molen/hengel voldoende laag om het actief vissen met een shad lang vol te houden.
De PENN TRQ 20 – 30 lb Braid is een hengel met een lengte van eveneens 2.70 meter. Opnieuw een bijzonder licht eigen gewicht en dunne, maar oersterke blank. De hengel is bedoeld om met een reel te vissen. Uitgerust met een TRQ 100 LD International reel vormt de combo een ideale combinatie om met shads en/of pilkertjes tot 200 gram te vissen. De TRQ reel is razendsnel en bijzonder krachtig. De slipinstelling is variabel. Door de slipschijven in een andere volgorde te plaatsen kan de slipinstelling worden gewijzigd tussen licht, medium en zwaar. Voor de Noorse wateren is de medium setting (standaard) ruim voldoende.
Lijn en kunstaas
De hedendaagse lijnen, braids, worden steeds dunner en nemen aanzienlijk minder water dan voorheen. Daardoor is het mogelijk met lichtere gewichten, toch snel op diepte te komen. Dat verhoogt het plezier en maakt het gevecht tussen vis en visser spannender. De PENN International braid is zo’n lijn. Dun, rond en dicht geweven. OK, een knoop leggen is wat lastiger dan normaliter. Maar met wat oefening is ook dat geen groot probleem.
Het nadeel van dunnere lijnen en licht kunstaas is wel dat kleinere pilkers en shads in deze noordelijke wateren tijdens het zakken door koolvissen wordt gegrepen voordat de kabeljauw wordt bereikt. Tijdens deze trip hebben we dan ook maar even met bijvangers boven de shad of piker gevist. Deze bijvanger werd steevast gegrepen door een hongerige koolvis.
Tussen hoofdlijn en braid brachten we een korte voorslag van ongeveer 1,5 meter aan.
De grotere vissen werden nagenoeg allemaal gevangen aan shads of pilkers van 250 gram of meer. In onze tas zaten Berkley Ripple Shads van 20 cm lengte. De beste kleuren; oranje, oranje-zwart, wit en grijs-zwart. Gevist aan Berkley loodkoppen van 118, 143 en 170 gram met de vlijmscherpe Owner haken, een gewild aasje voor verschillende afgepaaide Skrei’s.
Als bijvanger monteerde wij een witte Berkley Ripple shad 11 cm geheel wit en wit met rode staart of omgekeerd.
Techniek
Onze gids kon op de dieptemeter de kabeljauw haast feilloos lokaliseren. Wanneer de kabeljauw kort tegen de bodem zat was de techniek als volgt; zakken, bodem raken, met korte halen de pilker zijn actie geven, een slag draaien en herhalen. Op het moment dat de vis aan het jagen ging, dan zakken, bodem raken, drie tot vijf slagen omhoog en korte krachtige halen maken met de hengel. Vervolgens telkens een slag maken en de beweging herhalen.
Een actief geviste shad leverde goede resultaten. Af laten zakken, vijf slagen snel halen en daarna 10 – 15 rustige slagen omhoog. Af laten zakken en de beweging herhalen. Een andere techniek is de shad vanaf de bodem een meter omhoog te vissen, laten zaken en herhalen. De eerste techniek leverde echter beduidend betere resultaten.
Eigenlijk was de tijd te kort om goed te kunnen experimenteren met diverse kunstaassoorten en gewichten. Maar lang genoeg om een goed oordeel over het materiaal te vellen. De gebruikte combo’s zijn stuk voor stuk uitstekend bevallen en zullen in toekomst vaker gebruikt gaan worden.
Een uitgebreid verslag van deze trip kan je straks lezen in de BEET van juli 2012.
Toine van Ierland









